
|
|
||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Veiligheid De veiligheid wordt natuurlijk voornamelijk door de trainers en assistenttrainers op de baan verzorgd, maar er zijn enkele punten die belangrijk zijn, die jullie kunnen doen. Zo is het handig aan te geven of een kind last heeft van een prestatiebeperkende handicap (hartklachten, epilepsie), maar ook wanneer het niet van zo een serieuze aard is, maar een blessure (verzwikte enkel, pijn in de knie) is het handig als de trainer hierover wordt ingelicht. Zo kan de trainer rekening houden met de training. Het lichaam kan maar een bepaalde inspanning aan en heeft zijn rusttijd nodig. Dit wordt serieuzer naarmate de atleet ouder wordt. Kan een pupil moeiteloos drie trainingen per week trainen, dan is het niet automatisch een feit dat daar in de juniorenperiode zo maar twee trainingen bij kunnen. Het zal een trainer zelf opvallen wanneer de atleet moe is, of weinig energie heeft en zal daar de atleet ook op aanspreken. Het is echter ook belangrijk als ouder in de gaten te houden of uw kind niet uitgeput raakt (hij of zij moet ook nog naar school). ’s Zomers is het van groot belang dat de atleet ook te drinken mee heeft. Dit mogen ze meenemen tijdens de training en er zullen ook rustpunten zijn waar ze tijd hebben om een slokje water te nemen. Dit is in de winter veel minder belangrijk, maar hard trainen in de volle zon vereist veel vocht! Het laatste puntje van de veiligheid is de kleding, dit staat hier uitgebreid beschreven. |
|
|